Dag twintig: de dag na haar verjaardag
Op 24 juli werd Trudy drieëntachtig. Ze werd wakker achter dezelfde gesloten deur — maar na achttien dagen weten de mensen die om haar geven nu waar ze is, en de stilte is voorbij.
Op 24 juli werd mijn moeder drieëntachtig jaar.
Ze werd die ochtend wakker achter dezelfde gesloten deur. Er kwamen bloemen en een kaart, per bezorgdienst — dat is wat mogelijk was. Ik sprak haar tien minuten, op het afgesproken tijdstip, via de afdelingslijn. Daarna viel de verbinding weg, zoals elke dag.
Maar er veranderde deze verjaardag ook iets. Na achttien dagen weten de mensen die om haar geven — familie, vrienden, buren — nu waar ze is. Eén bericht ging rond, en het antwoord kwam meteen: de eerste kaarten worden geschreven, er wordt naar de afdeling gebeld, er wordt gevraagd wanneer bezoek mogelijk is. De stilte rond mijn moeder is voorbij.
Er is op haar verjaardag meer gezegd dan ik hier kan opschrijven. Het staat in het dossier. Gedateerd. Compleet.
Dit is dag twintig. Ik schrijf elke dag op wat er gebeurt, omdat mijn moeder het zelf niet kan — en omdat er een dag komt waarop mensen zullen vragen hoe dit heeft kunnen gebeuren.
We zijn nog niet klaar.